Inmiddels was het Romeinse Rijk ineengestort, en vormde Malta
deel van het Byzantijnse rijk tot het in 870 vanuit Sicilië door de
Arabieren werd bezet. Onder meer de plaatsnamen van de
toenmalige hoofdstad Medina (versterkte stad) en Rabat (voorstad)
dateren uit deze periode.
Voor zover volgens sommigen de afstamming van de Maltese
taal niet tot de Feniciërs is terug te herleiden, wordt aangenomen
dat de oorsprong van het Maltees in de Arabische tijd ligt.